Reactie op jurisprudentie: Geluids- en parkeersituatie uitbreiding hotel Woudrichem onvoldoende onderzocht

Geluids- en parkeersituatie uitbreiding hotel Woudrichem onvoldoende onderzocht

Waar gaat het over?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) heeft op 26 november 2025 tussenuitspraak gedaan over een verleende omgevingsvergunning voor onder meer de uitbreiding van een hotel met een serre buiten het bouwvlak. De omgevingsvergunning is verleend met toepassing van de zogenoemde binnenplanse afwijking. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat een hotel – en daarmee ook de serre als uitbreiding daarvan – op grond van het bestemmingsplan is toegestaan, ook al ontbreekt ter plaatse de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – hotel’. Het bouwplan voor de serre leidt daarnaast niet tot een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de woonsituatie voor appellanten. In tegenstelling tot de rechtbank vindt de Afdeling echter dat de geluids- en parkeersituatie onvoldoende zijn onderzocht. In dat kader dient het college een herstelbesluit te nemen om deze gebreken te verhelpen.

Geluids- en parkeersituatie

In het navolgende richt ik mij op de gevolgen die de serre met zich meebrengt op het gebied van milieu voor geluid en de parkeersituatie. Om te beginnen met het onderdeel geluid.

Het college is van mening dat de serre een verbetering is ten opzichte van de bestaande situatie. In de bestaande situatie is namelijk sprake van een buitenterras. Doordat de serre een met wanden omsloten ruimte is, neemt het geluid dus af. De rechtbank is het daarmee eens. Aanvullend daarop heeft de rechtbank overwogen dat het hotel, inclusief (buiten)terras, moet voldoen aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit. Daarbij is de rechtbank ervan uitgegaan dat het (buiten)terras op een binnenterrein ligt, zodat het stemgeluid wordt betrokken bij het bepalen van het maximaal toelaatbare geluidniveau van het hotel. Om deze redenen heeft de rechtbank geoordeeld dat het wel goed zit met de geluidssituatie.

De Afdeling denkt er anders over. Zo kan de serre met zich mee brengen dat meer en vaker bezoekers worden aangetrokken. Daardoor kan het bijvoorbeeld ook in de avonden en bij minder goed weer drukker zijn dan het geval was bij het buitenterras. Daar komt bij dat de bezoekers ook met de auto kunnen komen. Ten aanzien van de geluidsnormen merkt de Afdeling op dat bij vergunningverlening niet kan worden volstaan met de enkele stelling dat het hotel – en daarmee de serre – moet voldoen aan de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit. Gelet op de feitelijke situatie ter plaatse is de Afdeling verder van oordeel dat het buitenterras van het hotel niet als zodanig is omsloten door bebouwing dat van een binnenterrein kan worden gesproken. Hierbij is van belang dat het terras grenst aan de openbare ruimte, waardoor mag worden aangenomen dat het van het terras afkomstige geluid opgaat in het omgevingsgeluid. Dit betekent dat het stemgeluid op het terras buiten beschouwing wordt gelaten. Doordat de serre wel als binnenterrein wordt aangemerkt, zal moeten worden onderzocht welke gevolgen dit heeft voor geluid.

Wat betreft het aspect parkeren heeft het college het standpunt ingenomen dat de serre een vergelijkbare publieks- en verkeersaantrekkende werking heeft als het reeds aanwezige terras/horeca. Op het eigen terrein worden bovendien vier parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast zullen bezoekers worden geadviseerd om gebruik te maken van openbare parkeerplaatsen. Volgens de Afdeling heeft het college de parkeersituatie op onjuiste wijze beoordeeld. Gelet op de planregels had het college moeten toetsen aan de parkeernotitie die als bijlage deel uitmaakt van de planregels. Tijdens de zitting heeft het college een nadere onderbouwing gegeven over op welke wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Voor de serre geldt een parkeernorm van 12 parkeerplaatsen. Er worden 7 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Het tekort van 5 parkeerplaatsen wordt op een andere wijze opgelost. Het college heeft echter geen besluit genomen waarbij wordt afgeweken van de planregel over parkeren.

Het vervolg

Gelet op de overwegingen van de Afdeling zal het college in het herstelbesluit moeten motiveren dat de serre geen onevenredige aantasting van de milieusituatie voor geluid heeft én in voldoende mate kan worden voorzien in de parkeerbehoefte. Voor het aspect geluid zal moeten worden onderzocht wat de geluidbelasting is op de gevels van omliggende gevoelige gebouwen (zoals woningen) als gevolg van het gebruik van de serre. Belangrijke factoren hierbij zijn de tijden waarin de serre open is voor publiek en hoeveel mensen er maximaal gebruik van kunnen maken (worst-case). Een toename van verkeersbewegingen van bezoekers met de auto zal ook in het onderzoek moeten worden betrokken. Wanneer uit het akoestisch onderzoek volgt dat kan worden voldaan aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit, is sprake van een aanvaardbare geluidssituatie. Als de geluidsnormen worden overschreden zullen er maatregelen moeten worden getroffen om het geluid te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door het verbinden van voorschriften aan de vergunning of het opleggen van maatwerkvoorschriften.

Het college heeft kennelijk al een onderbouwing voor de parkeersituatie, maar heeft nagelaten om hiervoor een besluit te nemen. In het herstelbesluit zal in de eerste plaats inzichtelijk moeten worden gemaakt dat de gestelde norm van 12 parkeerplaatsen in overeenstemming is met de parkeernotitie. Daarnaast zal op tekening moeten worden aangegeven dat er 7 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Voor het oplossen van het tekort van 5 parkeerplaatsen zal een parkeerbalans moeten worden opgesteld. Uit de parkeerbalans kan vervolgens blijken dat de parkeerdruk in de omgeving wel meevalt en/of sprake kan zijn van dubbel gebruik. Daardoor hoeft het tekort van 5 parkeerplaatsen geen problemen op te leveren, omdat dit tekort kan worden opgevangen door beschikbare parkeerplaatsen in het openbaar gebied.

ECLI:NL:RVS:2025:5727

Geschreven door Roy van der Steen, Jurist Omgevingsrecht